← Terug naar Kennisbank CO2 & Paris Proof

CO2-footprint van een bouwproject berekenen: stappenplan

Build for Zero · Gepubliceerd · Laatst bijgewerkt

Bouwplaats in de vroege ochtend met een graafmachine, een brandstoftank en een aggregaat als zichtbare emissiebronnen

“Wat is de CO2-uitstoot van dit project?” is een vraag die je tegenwoordig in de aanbestedingsfase krijgt, niet achteraf. En het antwoord moet navolgbaar zijn: een getal zonder onderbouwing overtuigt geen opdrachtgever en overleeft geen audit. Het goede nieuws is dat een bruikbare projectfootprint geen wetenschappelijk project hoeft te zijn. Met tankbonnen, meterstanden en de juiste emissiefactoren kom je een heel eind. Dit artikel loopt het stappenplan langs.

Kort antwoord

Een CO2-footprint van een bouwproject bereken je in vier stappen. Bepaal eerst de scope: welke fase, welke bronnen, welke grenzen. Verzamel vervolgens verbruiksdata — liters diesel uit tankbonnen, kWh uit meterstanden van de bouwaansluiting, kilometers van woon-werk en transport. Vermenigvuldig die met de actuele emissiefactoren van co2emissiefactoren.nl (diesel B7: 3,251 kg CO2-eq per liter WTW; grijze stroom: 0,483 kg per kWh). Rapporteer het resultaat per bron, met vermelding van methode, factorenjaar en aannames. Zo is de berekening herleidbaar en bruikbaar in EMVI én op de CO2-Prestatieladder.

Stap 1: baken je scope af

Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en het vaakst voor gedoe zorgt. Voordat je één liter telt, leg je vast wat je meet.

Welke fase? Alleen de uitvoering, of ook sloop, transport naar de stort en de nazorgperiode? De uitvoeringsfase is de logische start omdat je daar zelf aan de knoppen zit.

Welke scopes? Scope 1 is wat je zelf verbrandt: diesel in machines, aggregaten en bedrijfsbussen. Scope 2 is ingekochte energie: de netstroom van je bouwaansluiting. Scope 3 is alles in de keten — materialen, onderaannemers, woon-werkverkeer van personeel dat niet bij jou in dienst is. Voor een eerste projectfootprint is scope 1 en 2 het werkbare startpunt; scope 3-emissies in de bouw zijn een apart traject met eigen datavraagstukken.

Welke grens? Tel je het materieel van de onderaannemer mee? Formeel valt dat in scope 3, maar als 70% van je grondverzet door een onderaannemer wordt gedaan, wordt je footprint zonder hen misleidend klein. Kies bewust, en schrijf de keuze op.

Leg de afbakening vast in één alinea bovenaan je rapportage. Dat is het document waar een auditor of tenderbeoordelaar als eerste naar kijkt.

Stap 2: verzamel de verbruiksdata

Nu wordt het concreet. Je hebt per bron een hoeveelheid nodig, over een afgebakende periode.

Diesel. De betrouwbaarste bron zijn tankbonnen en facturen van je brandstofleverancier, gekoppeld aan de projectlocatie. Werk je met een tank op de bouwplaats, dan is de tankstaat (aflevering minus eindvoorraad) je beste getal. Registratie per machine is mooier maar geen voorwaarde om te beginnen.

Elektriciteit. Meterstanden van de tijdelijke bouwaansluiting, met begin- en einddatum. Heb je een slimme meter of een energiemonitor, dan krijg je de kwartierdata er gratis bij — handig, want daarmee zie je meteen waar je pieken zitten en hoe je piekvermogen op de bouwplaats zich verhoudt tot je contract.

Vervoer. Kilometers van bedrijfsauto’s en materieeltransport. Ritregistratie of tankpasdata volstaat.

Aggregaten. Draaiuren maal specifiek verbruik als je geen aparte tankstaat hebt. Een indicatie: een dieselaggregaat verbruikt bij 50-75% belasting ruwweg 0,25 liter per kWh geleverd vermogen.

Ontbreekt data? Schat, en noteer de aanname. Een gemotiveerde schatting is beter dan een lege regel — mits je ‘m expliciet als schatting labelt.

Stap 3: pas de juiste emissiefactoren toe

De Nederlandse standaard is de lijst van co2emissiefactoren.nl, beheerd door Rijkswaterstaat en Stichting Stimular. Die lijst is leidend voor de CO2-Prestatieladder en wordt jaarlijks geactualiseerd. Voor 2026 zijn dit de factoren die je op een bouwplaats het vaakst nodig hebt:

BronEenheidWTW (kg CO2-eq)TTW (kg CO2-eq)
Diesel B7 (pompdiesel)liter3,2512,462
Diesel B0 (fossiel)liter3,4622,646
HVO (biodiesel)liter0,4680,026
Grijze stroomkWh0,4830
Stroom onbekend (gridmix)kWh0,2440
Nederlandse windstroomkWh00

Twee aandachtspunten. WTW of TTW: well-to-wheel telt ook de productie en het transport van de brandstof mee, tank-to-wheel alleen de verbranding. De CO2-Prestatieladder rekent met WTW; kies je TTW, dan moet je dat expliciet vermelden. Groene stroom: alleen Nederlandse groene stroom met Nederlandse Garanties van Oorsprong mag je op nul rekenen. Geïmporteerde GvO’s krijgen op de Ladder de factor van grijze stroom — een verrassing die menig footprint achteraf flink omhoog duwt. De hele systematiek staat verder uitgelegd in ons artikel over de CO2-Prestatieladder in de bouw.

Stap 4: rapporteer en valideer

Een projectfootprint is pas bruikbaar als iemand anders ‘m kan narekenen. Zorg dat je rapportage minimaal bevat: de scope-afbakening, de periode, per bron de hoeveelheid en de gebruikte factor, het factorenjaar, de aannames, en het totaal — uitgesplitst per bron, niet alleen als eindgetal.

Die uitsplitsing is geen formaliteit maar de kern van de waarde. Zodra je ziet dat 80% van je uitstoot uit vier dieselmachines komt, weet je meteen waar elektrificatie het meeste oplevert en waar het weinig zin heeft.

Voor de Ladder komt daar validatie bij: brondocumenten die de auditor kan volgen, een vastgelegde rekenmethode en dezelfde methode over de jaren heen. Wisselen van rekenwijze maakt trendvergelijking waardeloos — en dat is precies waar een auditor op let.

Voorbeeldproject: grondverzet, drie maanden

Een middelgroot grondverzetproject, twaalf weken, met een 22-tons rupsgraafmachine, twee minigravers, een wiellader en een dieselaggregaat voor de keet.

BronHoeveelheidFactorUitstoot
Diesel machines34.000 liter3,251110,5 ton
Diesel aggregaat4.200 liter3,25113,7 ton
Netstroom keet9.000 kWh0,4834,3 ton
Materieeltransport1.900 liter3,2516,2 ton
Totaal134,7 ton CO2

Het beeld is meteen helder: 82% zit in het machinepark. Vervang je de rupsgraafmachine en één minigraver door elektrische varianten en laad je op Nederlandse windstroom, dan verdwijnt zo’n 55 ton. Vervang je alleen het aggregaat door een hybride aggregaat met batterij, dan scheelt dat een paar ton — nuttig, maar geen game changer.

Precies dat inzicht — welke maatregel hoeveel oplevert, en wat het kost aan laadvermogen en aansluitcapaciteit — is waar de meeste tijd in gaat zitten als je het handmatig doet. Met Build for Zero reken je de scenario’s naast elkaar door op energie, CO2 en kosten, zodat het reductieplan onder je aanbieding met dezelfde emissiefactoren is opgebouwd als de nulmeting.

Veelgestelde vragen

Welke emissiefactor gebruik ik voor bouwdiesel?

In 2026: pompdiesel B7 is 3,251 kg CO2-eq per liter WTW (2,462 TTW), pure fossiele diesel B0 is 3,462 (2,646). De Ladder rekent met WTW. Check altijd de actuele lijst op co2emissiefactoren.nl.

Moet ik ook de CO2 van materialen meenemen?

Voor een uitvoeringsfootprint (scope 1 en 2) niet. Voor Paris Proof of MPG wel — die reken je met de Nationale Milieudatabase, niet met brandstofdata.

Hoe nauwkeurig moet de data zijn?

Voor een eerste footprint volstaan tankbonnen en meterstanden. Voor Ladder niveau 3+ wil de auditor herleidbare brondocumenten en een vastgelegde, consequent toegepaste methode.

Wat is een gemiddelde CO2-uitstoot van een bouwproject?

Er bestaat geen zinvol gemiddelde. Bouw liever je eigen kental op, bijvoorbeeld kg CO2 per m3 grondverzet, zodat je projecten en jaren kunt vergelijken.

Kan ik de footprint gebruiken in een aanbesteding?

Ja. Zorg wel dat nulmeting en aangeboden scenario met dezelfde methode en factoren zijn berekend, anders is de reductie niet verifieerbaar.

Build for Zero is ontwikkeld door Productized samen met BAM als co-developer en pilotpartner. Live monitoring data komt via EDX (Energy Data Xchange) beschikbaar.