← Terug naar Kennisbank Subsidie & SSEB

SSEB-Aanschaf voor een elektrische graafmachine: wat krijg je vergoed?

Build for Zero · Gepubliceerd

Gele elektrische rupskraan op een bouwplaats met op de achtergrond een laadstation en blauwe lucht

De aanschaf van een elektrische graafmachine is een forse investering. De meerkosten ten opzichte van een dieselvariant lopen al snel op tot tienduizenden euro’s. De SSEB-Aanschafsubsidie helpt die kloof te dichten. In dit artikel rekenen we concreet voor hoeveel je terugkrijgt, hoe de berekening werkt en waar je op moet letten bij je aanvraag.

Kort antwoord

Via de SSEB-Aanschaf krijg je als mkb-bedrijf 30% van de meerkosten vergoed voor een elektrische graafmachine ten opzichte van een dieselequivalent, met een maximum van 300.000 euro per machine (onder 300 kW) of 500.000 euro (vanaf 300 kW). Grote ondernemingen ontvangen 25%. De meerkosten worden berekend met een standaardformule op basis van batterijcapaciteit en motorvermogen. Combineer de SSEB met EIA en MIA voor maximaal fiscaal voordeel.

Subsidieplafond per machinecategorie

De SSEB-Aanschaf kent vaste maxima die afhangen van het vermogen van de machine. Voor emissieloze bouwwerktuigen met een continu vermogen onder de 300 kW geldt een maximum van 300.000 euro subsidie per machine. Vanaf 300 kW stijgt dat plafond naar 500.000 euro.

Per kalenderjaar kan een onderneming of groep van ondernemingen maximaal 1,5 miljoen euro aan SSEB-subsidie ontvangen. Dat biedt ruimte om meerdere machines in één jaar te subsidiëren — bijvoorbeeld een elektrische minigraver, een middelgrote rupskraan en een wiellader.

Het totaalbudget voor SSEB 2026 bedraagt circa 50 tot 65 miljoen euro. De categorie aanschaf is in 2026 overtekend geraakt, wat betekent dat er meer aanvragen zijn ingediend dan er budget beschikbaar is. Aanvragen worden dan via loting behandeld. Houd de RVO-website in de gaten voor eventuele herverdelingen of aanvullende budgetten.

Het subsidiepercentage verschilt per bedrijfsgrootte. Mkb-bedrijven en micro-ondernemingen ontvangen 30% van de meerkosten. Grote ondernemingen ontvangen 25%. De definitie van mkb volgt de Europese standaard: minder dan 250 medewerkers en een jaaromzet onder de 50 miljoen euro of een balanstotaal onder de 43 miljoen euro.

Rekenvoorbeeld 25-tons rupskraan

Laten we een concreet voorbeeld doorrekenen. Stel: je koopt een elektrische rupskraan van 25 ton met een batterijcapaciteit van 300 kWh en een continu vermogen van 130 kW.

De standaardformule voor de meerkosten is: A × kWh + M × kW + O. De vastgestelde waarden zijn A = 800 euro per kWh, M = 300 euro per kW en O = 7.000 euro (vast bedrag). Ingevuld: 800 × 300 + 300 × 130 + 7.000 = 240.000 + 39.000 + 7.000 = 286.000 euro aan berekende meerkosten.

Als mkb-bedrijf ontvang je 30% van deze meerkosten: 0,30 × 286.000 = 85.800 euro subsidie. Als groot bedrijf is dat 25%: 71.500 euro.

Ter vergelijking: een diesel rupskraan van 25 ton kost circa 150.000 tot 200.000 euro. De elektrische variant ligt in de range van 350.000 tot 500.000 euro, afhankelijk van fabrikant en specificaties. De SSEB dekt dus een substantieel deel van het prijsverschil.

Deze berekening is gestandaardiseerd — je hoeft geen offertes van dieselequivalenten aan te leveren. RVO rekent automatisch met de formule, wat de aanvraag eenvoudiger maakt dan bij veel andere subsidies.

Voorwaarden inzet

Aan de SSEB-Aanschaf zijn voorwaarden verbonden die je vooraf moet kennen. De machine moet nieuw zijn en volledig emissieloos (zero-emissie aan de uitlaat). Plug-in hybrides komen niet in aanmerking. De machine moet worden ingezet in de Nederlandse bouwsector. Dat betekent dat je er daadwerkelijk bouwwerkzaamheden mee moet uitvoeren — niet alleen verhuur aan derden buiten de bouw.

Je moet de machine minimaal drie jaar in eigendom houden en inzetten. Verkoop je de machine binnen die periode, dan moet je de subsidie (deels) terugbetalen. De aanvraag dien je in via mijn.rvo.nl, vóór levering van de machine. Achteraf aanvragen is niet mogelijk.

De machine moet op de RVO-referentielijst staan of aantoonbaar emissieloos zijn. De meeste gangbare merken en modellen staan inmiddels op de lijst, maar controleer dit vooraf bij je leverancier.

Bij de aanvraag lever je in: een offerte van de emissieloze machine, specificaties (batterijcapaciteit, vermogen), je bedrijfsgegevens en een verklaring dat je de machine in de bouw inzet. De doorlooptijd van de beoordeling bedraagt doorgaans 8 tot 13 weken.

Combinatie met EIA/MIA

De SSEB is combineerbaar met twee fiscale regelingen die de businesscase nog aantrekkelijker maken.

De Energie-investeringsaftrek (EIA) biedt een extra aftrekpost van 45,5% van het investeringsbedrag op je fiscale winst. Voor een investering van 400.000 euro in een elektrische rupskraan betekent dat een aanvullend fiscaal voordeel van circa 45.000 tot 55.000 euro, afhankelijk van je belastingtarief.

De Milieu-investeringsaftrek (MIA) werkt vergelijkbaar en biedt tot 45% extra aftrek. MIA en EIA zijn niet cumuleerbaar op dezelfde investering, maar je kunt kiezen welke regeling het gunstigst uitpakt.

De Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) kun je wél combineren met EIA of MIA. Vamil laat je 75% van de investering willekeurig afschrijven, wat een liquiditeitsvoordeel oplevert in de eerste jaren.

In de praktijk kun je met SSEB plus een fiscale regeling tot 40-50% van de meerkosten dekken. Dat maakt de terugverdientijd van een elektrische graafmachine aanzienlijk korter — in veel gevallen vergelijkbaar met de economische levensduur van de machine.

Wil je weten welke combinatie voor jouw situatie het voordeligst is? In ons artikel over de SSEB-subsidie 2026 vind je een compleet overzicht van alle regelingen en voorwaarden. Build for Zero berekent per project welk materieel in aanmerking komt en welke subsidies je kunt stapelen.